Bewegwijzering op A19
Wanneer je via de A19 vanuit de richting Kortrijk naar Menen rijdt staat 1600 meter voor afrit 2 een bord “Menen”. Veel vrachtwagens, binnenlandse en buitenlandse, die op het industrieterrein “Menen-Grensland” moeten laden of lossen nemen die afrit. Maar om dit bedrijventerrein vlot te bereiken moet je eingelijk de volgende afrit 2a nemen waardoor je automatisch tot in “Menen-Grensland” komt via de bewegwijzering op die weg, de N58.
Veel vrachwagens die afrit 2 nemen kome veelal in het centrum terecht. Gevolg: ze vinden hun weg niet meer, maken onnodige kilometers en veroorzaken verkeersoverlast.
Wanneer je via de E17 van Kortrijk naar Menen rijdt is op die autosnelweg het bedrijventerrein “LAR” dan weer wel aangegeven middels een wegwijzer op de autosnelweg. Naar analogie hiermee zou dus het bedrijventerrein “Menen-Grensland” eigenlijk ook via een bewegwijzering aangeduid moeten worden op de A19.
Wat het Vlaams Gewest betreft is het zo dat net om verwarring te vermijden het Vlaams Gewest zich behoedt om overbodige en onnodige signalisatie te plaatsen. Zeker op autosnelwegen. Er bestaat dan ook omtrent verkeerssignalisatie op autosnelwegen geen schriftelijke reglementering maar is de situatie ter plaatse bepalend en laat men het gezond verstand spreken. Aparte bewegwijzering voor de aanduiding van industriegebieden is evenwel niet ongebruikelijk.
Integendeel, aparte bewegwijzering is bijzonder nuttig en gerechtvaardigd wanneer dit de doortocht van zware vrachtwagens door stad- en woonkernen kan vermijden. In het geval van de industriezone “Menen-Grensland” is afrit 2a duidelijk het beste alternatief. Dit zou dus zo moeten aangeduid worden op de autosnelweg A19.
Een ander bijkomend probleem dat zich stelt en eigenlijk verband houdt met het vorige is het gebruik van de gps-routes. Nu zijn deze routes alleen in functie van de snelste of kortste weg voor de gebruiker samengesteld. Echter lopen deze routes soms, zoals in het geval van de Lageweg, via en door woonwijken. Het verkeer wordt steeds hectischer en neemt stelselmatig toe waardoor straten als de Lageweg steeds gevaarlijker worden.
In het geval van gps-verkeer kan men zelfs het criterium ‘bevolkingsdichtheide’ invoeren om dit te verhelpen want het kan toch niet zijn dat zwaar verkeer via de gps door niet op dergelijk verkeer voorziene wegen en divht bevolkte gebieden stuurt. Het aanpassen van deze routes moeten ervoor zorgen dat auto’s maar vooral vrachtwagens uit de buurt van woonwijken blijven.
Bereikbaarheid en verkeersleefbaarheid zijn twee centrale doelstellingen van het Vlaamse mobiliteitsbeleid. Dit staat klaar en duidelijk neergeschreven in het Mobiliteitsplan Vlaanderen. Met een nieuwe bewegwijzering van het industrieterrein “Menen-Grensland” via afrit 2a zou hier perfect aan teogemoet gekomen worden want dit is de meerst efficiëntste route én houdt bovendien de vrachtwagens weg uit het centrum.
De lokale overheid kan perfect rond de tafel gaan zitten met het Agentschap Infrastructuur van het Vlaamse Gewest om de bewegwijzering op haar grondgebied beter af te stemmen op de plaatselijke noden en wensen.
Ik denk dat het tijd is dat er werk gemaakt wordt van zowel een betere signalisatie naar onze bedrijventerreinen en van de aanpassing van gps-routes op ons grondgebied.
Op de gemeenteraad van 26 november 2007 stelde ik daarom deze vragen aan de bevoegde schepen mevrouw Martine Fournier .
1. Bent u bereid om de verwarrende situatie op de A19 mbt de signalisatie naar “Menen-Grensland” te bekijken en voor te leggen aan de bevoegde administratie ten einde een betere en correcte bewegwijzering naar het industriegebied, in het bijzonder op de afritten 2 en 2a?
2. Zo ja, kunnen wij als gemeenteraadsleden de resultaten van uw onderhoud bezorgd krijgen?
3. Bent u bereid de administratie in Menen een update te laten maken van de verkeersproblematiek inzake verkeer naar bedrijventerreinen en deze gegevens door te geven aan de gps-routesamenstellers teneinde deze te kunnen aanpassen in hun systemen?
Tec- & Transpole- lijnbussen
Al verschillende malen is het me opgevallen dat een lijnbus van de Waalse busmaatschappij TEC en van de Franse lijnbusmaatschappij Transpole-Lille Metropole in Menen reizigers oppikken en afzetten aan haltes van De Lijn. Ook verschillende inwoners van Menen spraken mij hierover reeds aan. Dit oppikken en afzetten van reizigers gebeurt door de busmaatschappij TEC ondermeer aan de busperrons aan het NMBS-station in de Wahisstraat.
Daarnaast houdt zowel TEC als de Franse busmaatschappij Transpole halt aan de haltes van De Lijn aan het Astridsplein, zowel aan de zijde van het Schippershof als aan de kant van het CC De Steiger. Gelet op het feit dat deze materie Vlaamse en bijgevolg gewestbevoegdheid is en De Lijn de vervoersmaatschappij is in Vlaanderen die instaat voor het busvervoer, lijkt dit me nogal een vreemde situatie. Daarom stelde ik op 24 september aan mevrouw Martien Fournier, de bevoegde schepen de volgende vragen m.b.t. deze situatie:
1. Kan en is dit wettelijk dat een Waalse en Franse busmaatschappij reizigers oppikt in Vlaanderen?
2. Zo ja, heeft onze stad met deze niet-Vlaamse vervoersmaatschappijen een overeenkomst die dit toelaar? Of is er bovenlokaal een regelin die dit toelaat?
3. Zo ja, wat staat in deze overeenkomst? Waar kan ik als gemeenteraadslid deze overeenkomst inkijken? Of kan deze mij zelfs bezorgd worden?
4. Indien er geen overeenkomst bestaat tussen de stad en deze vervoersmaatschappijen? Bent u dan bereid met alle betrokken partijen rond de tafel te zitte teneinde een wettelijk kader te creëren die dergelijke situaties in de toekomst uitsluit?
Hoe het allemaal begon
Na de splitsing van de Volksunie werden in 2003 door de erfgenamen twee nieuwe partijen opgericht. Spirit en NV-A.
Van die eerste partij – spirit – werd ik door de lokale leden eind 2003 unaniem tot voorzitter verkozen van de lokale afdeling te Menen. Door het samengaan van 2 lokale politieke partijen – Gemeentebelangen en VIA – hadden wij met Lieve Favoreel-Craeynest en Eddy Schelstraete onmiddelijk ook een vertegenwoordiging in de gemeenteraad.
Samen met het lokale bestuur en de toenmalige mandatarissen bouwden we de afdeling uit tot één van de beste werkende en grootste afdelingen van West-Vlaanderen waarbij ons ledenaantal gestaag groeide.
Wanneer in 2004 nationaal een kartel werd gemaakt tussen spirit en sp.a werden ook lokaal de eerste contacten gelegd tot samenwerking tussen de lokale spirit en sp.a -afdelingen.
Weliswaar enkel in functie van de campagnewerking voor de federale verkiezingen van 2003 maar dit was het begin.
Wanneer dan in 2004, voor de deelstaatverkiezingen, op nationaal vlak opnieuw een kartel gevormd werd betekende dit ook op lokaal vlak opnieuw een samenwerking tussen beide partijen.
Hier werd de basis gelegd voor de lokale kartelvorming bij gemeenteraadsverkiezingen in 2006.
Bij de hernieuwing van de provinciale structuren binnen spirit in 2004 stelde ik mij kandidaat voor het provinciaal bestuur. Ik werd met ruim 43% rechtstreeks verkozen als bestuurslid. Hierdoor mocht ik niet alleen zetelen in het provinciaal bestuur maar tevens ook in de nationale partijraad te Brussel.
Op lokaal vlak dan weer was het begin 2006 tijd om onderhandelingen op te starten in functie van een mogelijk kartel tussen spirit en sp.a voor de gemeenteraadsverkiezingen. Na heel wat interne strubbelingen werd uiteindelijk begin april de kartelovereenkomst goedgekeurd. Dit gebeurde zowel op de algemene vergadering van spirit als die op die van sp.a. en stond het kartel in de steigers. De campagne kon beginnen.
Deze werd door vertegenwoordigers van beide partijen samen uitgetekend waarbij er gekozen werd voor een algemeen beeld en niet voor afzonderlijke affiches van alle kandidaten. Dit bleek een gouden zet want van alle traditionele partijen hielden enkel wij stand en wonnen we de verkiezingen. Het kartel behaalde 12 van de 31 te verdelen zetels. Samen met CD&V/NV-A werd er bijgevolg een ruime meerderheid van 19 zetels gevormd om de komende 6 jaar onze stad te besturen.
Ik stond op de negende plaats van de kartellijst en behaalde 339 voorkeurstemmen. Voor een eerste deelname is dat bijlange niet slecht zegt men mij. Met deze score werd ik 5e opvolger van de kartellijst. En omdat de 4 mensen voor mij, om tal van redenen, ervoor kozen niet te zetelen legde ik op 2 januari 2006 als gemeenteraadslid de eed af. Enkele dagen later legde ik dan ook de eed af als politieraadslid en ben ik vertrokken voor een lokaal politiek leven.
Zo is het voor mij allemaal begonnen en zal ik jullie langs deze weg op hoogte houden van mijn politieke werk en activiteiten.